dinsdag 6 maart 2012
zondag 4 maart 2012
Het vieren van de ‘herbetovering’ als eerbetoon aan het werk van David Ray Griffin
Referentie:
Center for Process Studies, "Celebrating Reenchantment: The Philosophical, Religious and Political Thought of David Ray Griffin", 12-14.04.2012, Claremont School of Theology, http://www.ctr4process.org/news-events/conferences/Celebrating_Reenchantment/
Informatief extract:
This spring, the Center for Process Studies will celebrate the lifetime achievements of one of its founders and co-directors, David Ray Griffin. The scope of the conference has been developed to encompass the principal strands of Griffin's thought on philosophical, religious, and political thought. Thirteen presentations will be made during the three-day event, followed by Griffin's reprise of his scholarly journey and a banquet on Saturday, April 14.
Creatieve commentaar:
In april ga ik naar Claremont om eindelijk de theologen en filosofen bezig te kunnen zien die me al een tijdje bezighouden. De gelegenheid is een driedaags eerbetoon aan het werk van Griffin, wiens positie ik wetenschapsfilosofisch bestudeerde (zie vnl. de volgende van zijn werken: The Reenchantment of Science, Religion and Scientific Naturalism, Reenchantment without Supernaturalism). Maar behalve Griffin zullen ook andere meesters present zijn. Ik denk dan in de eerste plaats aan John B. Cobb die ik altijd heel inspirerend heb gevonden en waarschijnlijk meer dan Griffin zelf. Zowel op theologisch (ik las Becoming a Thinking Christian en Christ in a Pluralistic Age in 2007), ethisch (Matters of Life and Death) als algemeen filosofisch vlak (A Christian Natural Theology) had hij een belangrijke invloed. Ook zijn integratie van het bevrijdingstheologische perspectief vond ik boeiend (zie Process Theology as Political Theology). Het is pas nadat ik een beetje met Cobb vertrouwd was, dat ik echt aan Griffin ben begonnen. Samen met de andere werken van Cobb las ik natuurlijk hun gezamenlijke en intussen klassieke inleiding op de procestheologie. Griffins korte uiteenzetting van zijn ‘theodicee’ vond ik verhelderend (zie: How Are God and Evil Related?). Cobb en Griffin vormden ook het kernduo in mijn bachelorscriptie over de evolutietheorie (zie een vorige blogbericht en Back to Darwin). Behalve deze ‘goden’ van de procestheologie (zoals Luc Braeckmans hen noemt) kijk ik ook uit naar Dan Dombrowski, de procesdenker die het vegetarisme mee op de kaart zette (ik las The Philosophy of Vegetarianism in 2009 en zijn Hartshorne and the Metaphysics of Animal Rights staan op de plank), maar die ook behulpzaam was in mijn werk over Hartshornes standpunt over abortus (zie een vorige blogbericht). Uiteraard zal in april alle aandacht gaan naar het werk van Griffin zelf en aangezien ik een stevige masterscriptie aan zijn werk heb besteed (zie link), hebben mijn vrouw en Jan Van der Veken me aangemoedigd om even naar Claremont te trekken om heel wat interessante mensen in levende lijve te ontmoeten. Ik kijk er naar uit en breng verslag uit.vrijdag 1 april 2011
Met het vak filosofie, burgerzin, levensbeschouwing schiet Groen! haar doelen voorbij.
Referentie:
Oostveen, Daan, "Groen! buigt zich over onderwijs", De Wereld Morgen 21.3.2011 (laatste online raadpleging 1.4.2011).
Groen!, "Resolutie 3: Voor pluralisme en democratie", www.groen.be (laatste online raadpleging 1.4.2011).
Informatief extract:
Groen! pleit ervoor om de levensbeschouwelijke vakken facultatief te maken en een verplicht vak 'Filosofie, Levensbeschouwing en burgerzin' aan te bieden.
Creatieve commentaar:
De eerste reden is dat het volgens mij niet de rol is van een ecologische partij om zo’n sterk standpunt in te nemen over iets dat zowel bij (actieve) vrijzinnigen als (actieve) gelovigen gevoelig ligt. Ik heb er geen problemen mee dat een politieke partij op zoek gaat naar oplossingen voor bepaalde maatschappelijke problemen vanuit algemene maatschappijvisie. Hierin blijft het echter belangrijk een bepaalde diversiteit onder de kiezers te respecteren. Groen! jaagt met dit voorstel heel wat levensbeschouwelijk actieve kiezers, meestal hoog opgeleid en relatief ontvankelijk voor het ecologische gedachtegoed in het harnas (inclusief mezelf). M.i. focust een ecologische partij zich best op haar kern thema’s: ecologische en sociale rechtvaardigheid. Twee punten waarin heel wat kritische kiezers zich kunnen in vinden als het op een overtuigende manier vorm krijgt. Het zijn ook twee punten die vanuit heel wat levensbeschouwingen actief verdedigd kunnen worden. Door rechtstreeks de belangen van leerkrachten levensbeschouwelijke vakken aan te vallen (zeg nu zelf, wie ziet zijn vak graag als een facultatief vak dat leerlingen maar na de uren moeten volgen) en de ‘zuilen’ (beter de levensbeschouwelijke organisaties) die er achter steken snijdt Groen! volgens mij in eigen vlees. Daarom lijkt me dit voorstel ongeacht of het een goed voorstel is, ongewenst.
De volgende redenen zijn inhoudelijk. Het is volgens mij ondanks de goede bedoelingen een slecht voorstel. Zowel vanuit levensbeschouwelijk, als vanuit filosofisch en disciplinair oogpunt. Op zich is het onderwijzen van een levensbeschouwing vanuit een wetenschappelijk (‘neutraal’) standpunt niet slecht, maar het is onvoldoende en in de huidige context ook niet noodzakelijk. Ik denk dat jongeren nood hebben aan het ervaren en overdenken van authentiek beleefde levensbeschouwing. Dit kan alleen overgebracht worden door een leerkracht die zich open, maar geëngageerd vanuit een bepaalde levensbeschouwing opstelt. In een vak waar een levensbeschouwing van binnenuit bekeken wordt en andere levensbeschouwingen vanuit dit gekozen perspectief. De vraag in onze samenleving gaat niet zo zeer naar hoe we de ‘levensbeschouwelijke andere’ (de moslim/vrijzinnige/christen-medeburger) moeten bekijken vanuit een ‘neutraal’ perspectief, maar vanuit ‘ons’ perspectief. Bovendien is er in een geseculariseerde samenleving nood een betere profilering en explicitering wat ‘ons’ perspectief dan wel is: leren zowel zichzelf als de ‘ander’ levensbeschouwelijk te begrijpen en te plaatsen. De informatie vanuit een neutraal vak kan hierin een eerste aanzet zijn, maar is ruim onvoldoende. Levensbeschouwelijke authenticiteit is niet te vervangen door een ‘neutraal’ vak. Door het facultatief maken van een authentiek levensbeschouwelijk vak zal men de (van thuis uit) levensbeschouwelijk sterken sterker maken en de (van thuis uit) levensbeschouwelijk zwakkeren zwakker maken. Het induceert een levensbeschouwelijk Mattheus-effect. Hierin schiet Groen! dus m.i. haar doel voorbij.
Als filosoof in opleiding (ik volg de Master Wijsbegeerte aan de UA) heb ik er problemen mee dat filosofie, burgerzin en levensbeschouwing op een hoop worden gegooid. Filosofie is een (ondergewaardeerde) academische discipline (historisch de moeder van alle wetenschappen), een vak dat het kritische denken onderwijst in de brede zin en op zich niet aanzet tot burgerschap (werd Socrates niet terechtgesteld wegens het bederven van de jeugd?) of tot authentieke levensbeschouwelijkheid los van een kritisch in het leven staan. Filosofie kan een levensbeschouwing (of politiek engagement) een interessante tint of wending geven, maar bepaalt uiteindelijk de basiskleur niet zelf. Het onderwijzen van filosofie kan bijdragen een kritisch burgerschap, maar valt allerminst samen met burgerzin. Integendeel filosofie kan resulteren tot het ondermijnen van die burgerzin beschouwd vanuit een specifieke opvatting van burgerzin. Het onderwijzen van onze filosofische erfenis of leerlingen gevoelig maken voor filosofische vragen is een goede zaak, maar ze in één vaktitel onderbrengen met burgerzin en levensbeschouwing is een slechte zaak voor de filosofie. Zeker als dit een eerste kennismaking inhoudt met de filosofie en het niet gaat over de meer specifieke verhoudingen tussen filosofie, burgerzin en levensbeschouwing (meer iets voor gevorderden). Liever authentieke filosofie en authentieke levensbeschouwing.
Verder kan men zich afvragen, wie dat vak gaat geven. Een filosoof-vergelijkende godsdienstwetenschapper die weet hoe hij burgerzin moet onderwijzen? De combinatie van de eerste twee is al erg lastig (de opleiding die ik nu krijg is er alleszins niet opgericht). Doe er burgerzin bij en je komt tot een onmogelijk combinatie. Dit zal om een specifieke opleiding vragen: een academische opleiding zonder academisch perspectief. Welke academische discipline onderwijst er burgerzin? De combinatie van levensbeschouwing, filosofie met burgerzin is op zich even passend als de combinatie burgerzin met biologie of met geschiedenis. Kennis van natuur en menselijk lichaam kunnen ook een goede basis zijn voor het aanzetten burgerzin: zorg voor de natuur, zorg voor de eigen seksualiteit, etc. Kennis van de historische achtergrond van onze huidige politieke, sociale, economische en culturele context eveneens: politiek bewustzijn, culturele gevoeligheid etc… Is een zo goed mogelijk gebruik van de eigen taal ook geen vorm van burgerzin? Of het leren van andere talen of het onderhouden van het eigen lichaam (L.O.) etc. Burgerzin moet ‘onderwezen’ worden door een school, niet door één vakleraar. Het proppen van burgerzin in een vak gaat aan de interdisciplinaire basis voor burgerzin voorbij: het is veel meer dan het begrijpen en respecteren van levensbeschouwingen. De opdracht van een school om leerlingen aan te zetten tot burgerzin is een opdracht van alle leerkrachten. Het voorstel van Groen! gaat voorbij aan de hedendaagse uitdaging om de vakidiotie te overschrijden door burgerzin te proppen in vak, terwijl het geen vak is.
Ten slotte zijn er volgens mij betere én goedkopere alternatieven: stimuleer leerkrachten om rond belangrijke maatschappelijke onderwerpen en algemene attitudes (niet-noodzakelijk erg levensbeschouwelijke thema’s) samen te werken. Bijvoorbeeld door het creëren van ruimte waarin de leergang van afzonderlijke vakken wordt doorbroken (al is het maar één week per schooljaar). Stimuleer levensbeschouwelijke leerkrachten om samen te werken, zodat er op een authentieke manier ruimte gecreëerd wordt om segregatie tegen te gaan. Bv. in de presentatie van de eigen levensbeschouwing tegenover de anderen, door bepaalde thema’s met een belangrijk levensbeschouwelijk gewicht (dood, geboorte, seksualiteit) vanuit diverse hoeken aan bod laten komen. Niet vanuit een geabstraheerde eenheidsworst gegeven door een leraar met een onmogelijk gevoelig en divers takenpakket, maar vanuit een beleefd perspectief. Dit kost misschien een andere onderwijsmentaliteit, maar volgens mij minder centen.
Mensen komen uit hun levensbeschouwelijke ivoren torens doordat ze zich sterk en geaccepteerd voelen. Niet nadat ze eerst aan de kant worden geschoven door een ‘neutrale’ bemiddelaar, die in feite niet bestaat en dus ook niet zal geaccepteerd worden.
Deze commentaar werd in een lichtjes andere versie ook verstuurd naar verschillende e-mailadressen van Groen!
donderdag 29 juli 2010
Waarom het neodarwinisme vanuit natuurfilosofisch én wetenschappelijk oogpunt onvoldoende is
Referentie:
Informatief extract:
In het eerste hoofdstuk wordt bekeken wat men onder de neodarwinistische visie op de evolutie van het leven moet verstaan en hoe Cobb en Griffin deze begrijpen. Hiermee wordt geen definitieve invulling van het begrip neodarwinisme gegeven, maar door een korte historische schets wordt aangetoond waar deze visie vandaan komt en hoe ze door enkele belangrijke vertegenwoordigers wordt vertolkt. In het tweede hoofdstuk wordt er nagegaan hoe het neodarwinisme vanuit diverse wetenschappelijke hoeken onder druk is komen te staan. Hiermee wordt een bondig begrip geven van de wetenschappelijke kritiek die Cobb en Griffin relevant en ondersteunend achten voor hun betoog. In het derde hoofdstuk zal de kritiek van Cobb en Griffin zelf weergegeven worden. In een vierde en laatste stap wordt hun kritiek op het neodarwinisme becommentarieerd vanuit het oogpunt van deze studie: haar relevantie voor de biologie. Daarbij wordt de aandacht gevestigd op het verschil tussen een natuurfilosofische en een wetenschappelijke aanpak van het fenomeen evolutie van het leven.
Creatieve commentaar:
maandag 13 juli 2009
De matigheid van de positie van Charles Hartshorne in het abortusdebat
Referentie:
Bogaerts, Peter, "De matigheid van de positie van Charles Hartshorne in het abortusdebat", Schriftelijke Oefeningen - Ba2-Scriptie - Universiteit Antwerpen 2008-2009, 25 p.Informatief extract:
De Amerikaanse filosoof Charles Hartshorne staat vooral bekend voor zijn wijsgerige theologie. Deze korte studie wil laten zien dat zijn werk ook bijzonder interessante ethische reflec-ties in zich draagt. In zijn ethische reflecties is vooral zijn abortusstandpunt opvallend. Na een korte uitzetting van Hartshorne’s ethiek volgt een uitgebreidere presentatie van zijn standpunt ten aanzien van abortus. Hartshorne formuleert een scherpe kritiek op de anti-abortusbeweging door te wijzen op verschillende eenzijdigheden in hun bepaling van de waarde van het ongeboren leven. Met het begrip ‘contributionisme’ wil hij op het onderwerp een theocentrisch licht laten schijnen. Vanuit de gedachte dat de waarde van het leven bepaald wordt in de mate dat het bijdraagt aan het leven van God, verdedigt hij dat niet alleen het menselijke leven intrinsiek waardevol is en dat de potentiële waarde van een foetus erg voorwaardelijk en relatief is ten opzichte van die van de actuele waarde van de moeder of van niet-menselijke dieren. Hartshorne laat de keuze voor abortus afhangen van het morele inschattingsvermogen van de moeder of de direct betrokken mensen. Hoewel hij matigheid als een belangrijke deugd ziet in zowel het dagelijkse leven als een principe voor filosofische reflecties, komt zijn abortusstandpunt op het eerste zicht extreem over. Er wordt dieper ingegaan op de sterkte van en de kritiek op Hartshorne’s standpunt en hoe die positie als een gulden middenweg kan gezien worden.Sleutelwoorden: Hartshorne, Charles; abortus; contributionisme; matigheid; bio-ethiek; antropomorfisme.
[PDF-bestand op http://perswww.kuleuven.be/peter_bogaerts/]
Creatieve commentaar:
Het is een werkstuk dat ik schreef om mijn schriftelijke vaardigheden in het tweede jaar filosofie (2008-2009) af te werken. Het is een kort maar grondig werkstuk over Hartshorne's uitdagende standpunt in het abortusdebat dat zijn actualiteit niet heeft verloren. Men kan er ook een korte weergave van Hartshorne's theocentrische ethiek in terugvinden. Hierboven staat slechts het abstract. De hele tekst wordt met een mailtje naar de auteur naar u digitaal verzonden.zondag 23 november 2008
Plannen voor offensief tegen Darwin, een spijtige zaak.
Referentie:
van Calmthout, Martijn, "Plannen christenen voor actie tegen Darwin", De Volkskrant, 18.11.2008 (geraadpleegd op 23.11.2008).Medema, Marnix, "Scheppingsbrochure is anti-reclame", Nederlands Dagblad, 18.11.2008 (geraadpleegd op 23.11.2008)
Met dank aan Taede Smedes voor de referenties (www.TASMEDES.nl)
Informatief extract:
AMSTERDAM - Een deel van kerkelijk Nederland maakt zich op voor een massa huis-aan-huis actie tegen de evolutietheorie van Darwin, begin volgend jaar. Bij de actie zou bij zes miljoen huishoudens in het land een brochure worden bezorgd waarin evolutie net zo goed een geloof wordt genoemd als de Schepping. Lees meer.
Creatieve commentaar:
Het worden weer hevige tijden voor Darwin-aanbidders en Darwin-vervloekers. Vrijzinnigen maken zich in Nederland reeds op om de verjaardag van The Origin te vieren met een congres waarbij een koor van vrijzinnige sprekers eensgezind de loftrompet zal steken voor het belang van Darwin voor hun 'geloof' (http://www.darwinday.nl/). Ondertussen maken zij die Darwins theorie als de anti-christ zien zich op voor een nog hevigere strijd (zie www.creatie.info).Dit blog richt ik tot mijn evangelische broeders die misschien ook de bedelbrieven om geld voor een anti-Darwin initiatief hebben gehad of zij die later nog de folders zelf in hun bus zullen krijgen met de vraag ze te verspreiden. Maar ook mijn vrijzinnige medemens wil ik vragen Darwin niet voor eigen levensbeschouwelijke kar te spannen: niemand, ongelovig of gelovig, heeft daar baat bij en de biologie zeker niet.
Mensen die denken dat het aanvechten van de evolutietheorie een goede manier is om het ongeloof te bestrijden, promoten een geloof dat gebaseerd is op vermeende wetenschappelijke kennis: de (vermeende) kennis dat de evolutietheorie niet bewezen kan worden of dat ze zelfs vals is. Dit betekent dat als de juistheid van de evolutietheorie hen ooit duidelijk wordt, dat ze zullen moeten besluiten dat hun geloof op zand is gebouwd en voor de vuilbak is.
Gelukkig is niets minder waar, het christelijk geloof is sterker dan de juistheid van de evolutietheorie. Ik zou zelfs zeggen dat mijn geloof sterker is dankzij de evolutietheorie, maar daar ga ik nu niet op in.
Zij die ten strijde trekken tegen de evolutietheorie, trekken ook op tegen de vele christenen die zich verzoend hebben met de evolutietheorie. Ze vallen dus niet alleen het ongeloof aan, maar ook het geloof. Een creationistische strijd is daarom niet erg collegiaal. Moeten we aan ongelovigen per se de Vlaamse creationistische evangelicale versie van het christendom opdringen? Gaat het om mensen de liefde van Christus te laten kennen of om ónze kerken vol te krijgen? Streeft evangelisatie een wereldlijk doel na of een geestelijk? Evangelisatie moet zich richten op wat ons bindt en niet op wat ons verdeelt. Aangezien het creationisme een zwaar breukpunt is binnen het protestantisme en met het katholicisme, lijkt het me niet verstandig om hiermee uit te pakken.
Wordt het geen tijd dat we een pluralisme binnen de kerk leren aanvaarden en waarderen? We kunnen allemaal van elkaar leren. Dat betekent niet dat we ons gedacht niet mogen zeggen en verdedigen, maar dat het niet slecht is om andere mogelijkheden te vermelden. Niets is gevaarlijker en gemakkelijker dan het alleenrecht op de volledige waarheid op te eisen of valse dilemma's te promoten.
Mag er dan niet gereageerd worden op zij die Darwin gebruiken om het ongeloof te promoten? Natuurlijk, maar het lijkt mij beter om hier verschillende stemmen te laten horen en de mensen zelf te laten nadenken wat hun het meest inspireert om bij te dragen tot de liefde van Christus: laat ze niet kiezen voor of tegen Darwin, maar voor God. Wat is het meest essentieel?
Tot slot nog een korte nota: we hoeven natuurlijk niet het ongeloof te 'bestrijden', het is voldoende als we de ongelovige 'verleiden'. Aangezien zo'n propagandamachine snel lijkt op een strijd is daarom al erg ongepast. Het feit dat de folder m.i. heel manipulatief en achterhaald met de evolutietheorie omgaat, laten we nu buiten beschouwing. Gelukkig zijn er alternatieven, spijtig genoeg krijgen ze weinig aandacht.
zondag 26 oktober 2008
Hartshorne's filosofie van gulden middenweg
Referentie:
Hartshorne, Charles, Wisdom as Moderation - A Philosophy of the Middle Way, Albany, NY: SUNY, 151 p.
Informatief extract:
One of the great philosophers sets forth his idea of philosophical wisdom as a mean between extremes in the philosophy ofl ife and religion, with applications to ethics, aesthetics, metaphysics, philosophy of religion, and practical affairs. This work brings to a new focus the unity of Hartshorne's thought as a whole, showing the relationship between good philosophical sense and good common sense.
uit: Flux Bookstore (laatste raadpleging 7.10.2008)
Creatieve commentaar:
Naar eigen zeggen zoekt Hartshorne de gulden middenweg in de filosofie. Een middenweg tussen hoogdravende metafysica en de anti-metafysische wending in de twintigste eeuw, een middenweg tussen materialisme en idealisme, een middenweg tussen cartesiaans dualisme en materialisme, een middenweg tussen 'pro-life' en 'pro-choice', een middenweg tussen een naïef antropocentrisme en 'alle dieren zijn gelijk', een middenweg tussen een almachtige, alwetende, volledig onveranderlijke en onbeweeglijke god en het atheïsme, een middenweg tussen een hemelse carrière en een vergeten zinloos bestaan.Al deze tegenstellingen komen aan bod, maar Hartshorne vertrekt vanuit een zoektocht naar een middenweg in de esthetica. Zoals bij Whitehead is bij Hartshorne de esthetica de motor van zijn filosofie en dus het vertrektpunt om ook een middenweg in de metafysica te zoeken.
Het boek bevat één hoofdstuk dat iets technischer is, maar voor het overige is het heel leesbaar geschreven. Verwacht geen te ver doorgedreven filosofische redeneringen, maar een goede inleiding in het denken van deze filosoof door de filosoof zelf met een zeer uitgebreide variatie van thema's. Met betrekking tot een aantal thema's wijkt de auteur af van de klassieke christelijke visie, maar recht door zee en scherp als hij is levert hij goed materiaal om die klassieke visies bij te stellen of aan te scherpen. Dit boek daagt zowel de klassieke christen als klassieke atheïst uit tot een weerwoord.
