Posts tonen met het label 19.7 Moderne Wijsbegeerte. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 19.7 Moderne Wijsbegeerte. Alle posts tonen

vrijdag 14 maart 2008

Brontekst Kants 2de Kritiek en het categorisch imperatief

Referentie:

Kant, Immanuel, Critic der Practischen Vernunft, Riga: Johann Friedrich Hartknoch, zwente Auflage, 1792 (eerste druk 1788), 294 p. (http://books.google.com/books?id=W7oIAAAAQAAJ&pg=PA198&dq=inauthor:Kant&as_brr=1&hl=nl#PPA294,M1, geraadpleegd op 17.11.2007).

Informatief extract:

De beroemde basisregel van Kant luidt:
„Handle so, daß die Maxime deines Willens jedergeit zugleich als Prinzip einer allgemeinen Gesetzgebung zelten cönne.“ [§ 7 Grundgesetz der reinen practischen Vernunft, p. 54]

Creatieve commentaar:

Het Duits in het oude lettertype is niet zo gemakkelijk te lezen. Een overzicht met de moeilijk leesbare letters zou handig zijn. Aangezien de spelling ook nog anders is, maakt het de tekst nog moeilijker om te lezen. Een gewoon gedrukte hedendaagse uitgave is waarschijnlijk handiger. Maar heeft toch iets om de tekst eens te bekijken hoe hij er oorspronkelijk uit zag.

Ik haalde hier het categorisch imperatief eruit omdat dit het meest spreekt in zo'n moeilijke tekst. Ondertussen is hierop al veel kritiek gekomen. Al bij al blijft dit toch een goed ethisch principe, zolang men het niet overal kritiekloos radicaal op toepast.

Biologische gedachten van Leibniz: een interessante link met Whitehead

Referentie:

Leibniz, Gottfried Wilhelm, Letter to Louis Bourguet, x.12.1714, in: Loemker, Leroy E. (transl., ed., introd.), Gottfried Wilhelm Leibniz: Philosophical Papers and Letters, Dordrecht: D. Reidel Publishing Company, 1976, 2nd printing 2nd edition (oorspronkelijke uitgave: Chicago: Chicago University Press, 1956), p. 661-663.

Informatief extract:

An early supporter of Leibniz's views, with a keen interest in their application to natural science, Louis Bourguet (1678-1742) was a merchant and scholar of broad interests who lived in Venice from 1711 to 1715. The correspondence of the two men began in 1709 on matters relating to the origin of the alphabet, proceding to problems of the Theodicy, and later raised important questions about Leibniz's consistency in matters of physicics, biology, and historical change. [inleiding door de vertaler op p. 661]

Creatieve commentaar:

Ik vond deze brief door in de inleiding de paragraaf "VIII. Biology" van Leibniz te lezen (p. 35-37). Interessant, hoewel Leibniz hier niet zo bekend voor staat. Ook hier is het interessant de link met Whitehead te maken. Ik citeer uit de inleiding p. 35: "Leibniz's vitalism is thus one of organization and function rather than of substance, and the continuity of the organism and its processes rest on functional laws and the series of events which they determine, rather than upon material unity."

De brief handelt voornamelijk over de commentaar die Leibniz ontving op zijn Théodicée. Op biologisch vlak gaat de brief kort in op een filosofische overdenking naar aanleiding van de ontdekking van het mannelijk zaad door van Leeuwenhoek. "What you say about the development of life seems to me well taken. Those human seminal animals which never attain a development of reason do not have this reason eveloped within them."

Fichte als Kant-kriticus en grondlegger van het Duitse idealisme

Referentie:
Fichte, Johann Gottlieb, Over het begrip van de wetenschapsleer of de zogenoemde filosofie, Inleiding, vertaling en annotatie Ernst-Otto Onnasch, Amsterdam: Boom, 1995, 147 p., (oorspronkelijke uitgave: Ueber den Begriff der Wissenschaftslehre oder der sogenannten Philosophie, Leipzig:Gabler, 1798).


Informatief extract:
"Johann Gottlieb Fichte (1762-1814) geldt als de grondlegger van het Duitse idealisme. Zijn wijsgerige onderneming is onder de naam 'wetenschapsleer' bekend geworden en pretendeert de kritische filosofie van Kant van een nieuw of echt fundament te voorzien. Als strenge en algemeen geldige wetenschap moet de filosofie volgens Fichte niet alleen een systeem zijn, maar tevens vanuit één enkel fundament worden ontwikkeld.

In Over het begrip van de wetenschapsleer, dat voor het eerst in 1794 verschijnt, worden de methode en de voorwaarden voor deze streng wetenschappelijke filosofie en haar principes uiteengezet. Men kan dit geschrift daarom ook als het programma van Fichtes filosofie als zodanig begrijpen. De tekst biedt niet alleen een goede inleiding in het denken van Fichte, maar is bovendien zeer geschikt als inleiding in de systematische filosofie van het Duitse idealisme."

[van de achterflap]


Creatieve commentaar:
De titel van het werk is enigszins misleidend zijn, het gaat immers niet om een wetenschapsleer in de huidige betekenis maar om een metafysisch systeem. Meer dan de helft van het boek wordt in beslag genomen door de stevige inleiding, bibliografie en verantwoording. De inleiding heb ik gelezen tot aan p. 24. Fichte had blijkbaar een boeiend leven, hoewel ik toch niet in zijn plaats zou willen geweest zijn. Ik zal wachten tot ik beter op de hoogte ben van de filosofie van Kant, zodat ik het werk beter in zijn context kan plaatsen.